Je ziet wat je ziet en wat zie je eigenlijk?

De helft van de Nederlanders neemt de auto voor ritten < 7,5 kilometer. Pfff, zwaar, regen, wind, zweet, tijd. Kortom niet te doen op de fiets. Klopt dat beeld wel? Is het ver? En wat is ver dan? Dit blijkt heel subjectief te zijn.

Deze 4-jarige fietst zonder piepen of klagen 7,5 km naar haar oma met haar broertjes en zusje. En als het regent dan fietst ze door de plassen met haar benen in de lucht. En met flinke wind zei ze laatst: “Mama, we hebben tegenwind en we komen toch vooruit.”

Fietsen leren wij in Nederland al op jonge leeftijd. Na kruipen, de eerste stapjes is de derde mijlpaal op de wieltjes. Hoe trots zijn de ouders op het kind wel niet, dat op eigen kracht opeens een wereld ontdekt.

Even een uitstapje naar de diploma A. Een jaartje duurt dat gemiddeld. 50 minuten les, 48 weken lang: dat komt neer dat ze in ongeveer 40 uur leren zwemmen. Terug naar fietsen in het verkeer. Daar is 600 uur deelname voor nodig, voor goed verkeersbegrip. Met welke snelheid komt een auto aan? Hoe rij ik zonder te slingeren op het fietspad? Hoe blijf ik rechts en haal ik links in? Wie heeft er voorrang?

Ouders zorg voor voldoende oefening, zodat je eigen kroost zich straks veilig in het verkeer zal bewegen. Juist als ze later zelfstandig naar de middelbare school gaan fietsen. Denk twee keer na, voordat je je kind op de achterbank naar school brengt.

Jong geleerd, is oud gedaan!

Pin It on Pinterest

Share This